Development

Carriere
Puck Meerburg

Codekanonnen

Waar komt toch het beeld vandaan dat programmeren een geïsoleerd, stoffig beroep is?

Puck Meerburg © De Beeldredaktie,  Erik van ´t Woud
28 juli 2016

Waar komt toch het beeld vandaan dat programmeren een geïsoleerd, stoffig beroep is?

Softwareontwikkeling is allesbehalve saai en introvert. En wat nou code kloppen in een donkere ruimte? “Ik zit deze week in Nieuw-­Zeeland, ­Indonesië en ­Australië en ­ontmoet ­slimme, leuke mensen die dolgraag willen dat ik ze help met hun nieuwe game.” Vier ­topontwikkelaars vertellen hoe zij ­tegen hun vak aankijken en hoe zij zo ver zijn gekomen.

Puck van Meerburg

zit nog op het vwo. Toonaangevende werkgevers willen niets liever dan hem nu al binnenhalen – Google heeft al verzekerd dat hij een aanbevelingsbrief van hen krijgt wanneer hij dit zou willen – maar Puck wil eerst zijn schoolopleiding afmaken. Daarnaast werkt hij ‘lekker voor zichzelf’. Hij heeft wel een zomerbaantje bij de bank bunq en in het verleden werkte hij bij TamTam.

Puck Meerburg (16)

Het begon allemaal toen Puck als jong kind een webprogramma op zijn computer zag staan (Adobe GoLive), en daarmee begon te spelen. “Later vond ik de Java­Script-functie en het programmeerzaadje was geplant.”

Zijn eerste iOS-app (TableTrainer) maakte hij omdat hij het ‘gewoon wou doen’. Al snel volgden er meer apps van zijn hand. “Gadgets zijn leuk, maar als ik er zelf niets mee kan doen, vind ik het saai. Daarom ben ik altijd op zoek naar de imperfecties in een systeem.”

Inmiddels is de vwo-leerling uitgegroeid tot een fenomeen. Hij programmeert op hoog niveau, onder meer in C, Python, C# en JavaScript, zonder dat ie er ooit les in heeft gehad. Puck won diverse prestigieuze prijzen, waaronder Google Code-in en de Apple Student Design Award. Hij werkt ook aan een aantal opensourceprojecten (Haiku en KnightOS) en sprak op TEDx. In 2014 maakte de VPRO een documentaire over hem.

Het allerleukste aan softwareontwikkelen vindt hij het oplossen van problemen. “Het zijn een soort puzzels die je oplost door de computer opdrachten te geven. Bovendien ben ik dankzij mijn kennis terecht gekomen in verschillende communities met allemaal leuke, interessante mensen.”

Zijn plannen voor de toekomst? “Gewoon blijven puzzelen en nieuwe dingen schrijven. Alleen op die manier word je beter. Mijn droombaan is wat ik nu al doe: software ontwikkelen. Je kunt dan eigenlijk overal heen: code schrijven voor mobieltjes, de communicatie met het ISS.2...”

Rami Ismael

Rami Ismael
is mede-oprichter van gamestudio

Vlambeer. Hij volgde een opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Eerder werkte Ismael onder andere als game-ontwerper bij MISoft en als verkoper en adviseur op de computerafdeling van Media Markt.

Foto: © De Beeldredaktie, Erik van ´t Woud

Rami Ismael (27)

Rami was nog maar zes toen hij zijn eerste game als code kreeg aangeleverd. “Daar veranderde ik wat in, zonder dat ik wist wat ik deed. Opeens stond mijn eigen naam in het spel en dat gaf zo’n kick”, zegt Rami. “Sindsdien is het mijn droom om zelf code te schrijven en games te ontwikkelen.”

Inmiddels reist hij de hele wereld over en wordt zijn bedrijf Vlambeer, dat hij zes jaar geleden in Utrecht oprichtte met Jan Willem Nijman, gezien als toonaangevende gamestudio. Rami werd onlangs door Forbes opgenomen in de eregalerij van de 30 meest veelbelovende jonge talenten in de game-industrie. “Niet slecht voor een college dropout, hè?”, lacht hij. Rami stopte in 2010 met zijn opleiding Game Design & Development op de HKU, omdat hij daar uitgeleerd was.

In 2013 werd zijn game Ridiculous Fishing uitgeroepen tot de beste iPhone-game ter wereld. Andere games waar Rami – half Nederlands, half Egyptisch – aan werkte zijn Nuclear Throne, LUFTRAUSERS en Super Crate Box. Naast spellen ontwikkelt Rami ook onafhankelijke creatietools voor games, zoals presskit() en distribute().

Hij heeft het er maar druk mee. Zo beantwoordde hij vragen voor dit interview vanuit Indonesië, Australië en Nieuw-Zeeland. “We zijn wereldwijd een van de meest invloedrijke studio’s ter wereld en doen heel veel voor het bevorderen van de internationale game-ontwikkeling. Oók in gebieden die minder bekend zijn. Daarnaast zenden we op internet live beelden uit hoe we de games ontwikkelen, iets waarover andere bedrijven ons nu aanschieten. Daar ben ik enorm trots op.”

Hij wil jong talent meegeven dat de beste projecten vaak per ongeluk ontstaan en niet na diepgravende analyses. “Ga dingen maken! Snel en veel. Maak je niet te druk om succes of kleine problemen. Dan kom je vanzelf wat speciaals tegen.” 

Jelle Prins

Jelle Prins studeerde aan de universiteiten van Amsterdam en New York. Nog tijdens zijn studie richtte Prins Moop.Me op. Moop.Me specialiseerde zich in het ontwikkelen van mobiele apps, en wist daarmee onder meer Booking.com, PayPal, de Volkskrant en GVB als klant te werven.

Foto: © De Beeldredaktie, Erik van ´t Woud

Jelle Prins (31)

Terwijl de meeste van zijn studiegenoten bij de grote consultancybedrijven terecht kwamen, zag Jelle Prins de app-revolutie aankomen en besloot hij ondernemer te worden. Jelles eerste app – iNap Arrival Alert, een wekker-app gebaseerd op gps-gegevens – won de tweede prijs in de internationale Google Android Developer Challenge. Ook zijn andere apps kregen aandacht van internationale media. “Het is gewoon een kwestie van doen. Spring in het diepe! Het is zoveel makkelijke geworden om een bedrijf te beginnen. Een app is zo bedacht, en je hoeft niet eerst kapitaal op te halen voordat je kunt beginnen. Dus ga naar die hackaton, ga praten met potentiële klanten over wat ze precies willen, et cetera. Uiteindelijk komt de rest vaak vanzelf op je pad, ik geloof heel erg in serendipity.”

Tijdens zijn afstuderen in Business en Computer Science aan de UvA was hij in New York. Hij raakte in een Starbucks in gesprek met Garrett Camp, de oprichter van StumbleUpon, over het bestellen en delen van een chauffeur via een app. “Hij vroeg me om een van de adviseurs te worden van zijn start-up Uber (toen nog UberCab). Ik werkte mee aan het eerste prototype van de Uber-app in 2009, maar besloot na een jaar mijn eigen bedrijf te starten: Moop.Me. “In 2014 vroeg de CTO van Uber of ik terug wilde komen met mijn hele team. En dat was ‘an offer I couldn’t refuse’.”

Jelle leidt als designmanager de productteams van Uber in Amsterdam, de tweede thuishaven van het bedrijf. Momenteel werken er vijftig ontwikkelaars en Uber wil dat aantal dit jaar minimaal verdubbelen. “Het is ontzettend spannend wat we hier aan het doen zijn. Wat wij hier ontwikkelen heeft impact op miljoenen mensen. Onze apps hebben de markt op zijn kop gezet.”

Arie van Bennekum

Arie van Bennekum

is een van de 17 grondleggers van agile en is de enige Europeaan die meeschreef aan het Agile Manifesto. Daarnaast is hij voorzitter van het Agile Consortium International. Van Bennekum is tevens ­actief als trainer, coach, consultant én ondernemer – momenteel is hij Agile Thoughtleader bij de Wemanity Group.

Foto: © De Beeldredaktie, Erik van ´t Woud

Arie van Bennekum (52)

“Dit nooit weer!”, dacht hij, toen hij terugreed naar het hoofdkantoor van BSO (nu ATOS) na afloop van een programmeerklus. Hij zat al een tijd gedetacheerd bij een zeer traditionele overheidsorganisatie en was helemaal klaar met de werkwijze, de fasering en het interactiemodel waar hij bij zijn opdrachten mee te maken kreeg. “Het was allemaal zo onlogisch... Ik wist toen nog niet goed wat ik wel wilde, maar dit wilde ik nooit meer!”

Kort daarna kwam hij in aanraking met ­rapid application development, wat gezien kan worden als de voorloper van agile. “Ik wist meteen: dit is het voor mij! Ik voelde me als een vis in het water.” Van Bennekum beet zich vast in het nieuwe
interactieconcept en begon het verder uit te bouwen. “Agile is een hele pragmatische werkvorm. Het gemeenschappelijke doel is bekend, maar de middelen en de weg er naartoe niet. Ik doe alles agile, ook in mijn huis en tuin. Agile is wat je BENT, niet wat je DOET.”

Van Bennekum had nooit kunnen voorzien dat ie wereldwijd een van de meest gerespecteerde agile-goeroes zou worden. Hij adviseert jonge programmeurs vooral hun hart te volgen. “Je bent de architect van je eigen leven, dus het gaat erom dat je iets doet met passie.”

Aanvankelijk wilde hij verloskundige worden, maar hij heeft de opleiding niet afgemaakt. Daarna moest hij in dienst, waar hij het tot pelotonscommandant bij de landmacht schopte. Pas in 1987 belandde hij bij toeval in de IT. “Ik heb mijzelf altijd gezien als een ambitieus man die wil blijven leveren. Dat is waar mijn passie ligt. Samen met anderen geweldige oplossingen bedenken voor anderen. Koppen bij elkaar steken en proberen, in plaats van vooraf allemaal luchtkastelen bouwen… Ik zou geen leukere
baan kunnen bedenken!”

Zie ook Development op AG Connect Intelligence

Reactie toevoegen