Loopbaan

Carriere
Salary Survey 2016

Het houdt niet over

12 juli 2016
De koopkracht van IT-professionals in ons land stijgt, maar nog altijd voorzichtig. Het feit dat IT’ers momenteel de meest gevraagde professionals zijn in ons land vertaalt zich nog niet echt in aanzienlijk betere arbeidsvoorwaarden.

IT’ers krijgen er dit jaar (gemeten over april 2015 tot en met april 2016) gemiddeld 1,95 procent bij. Dat is iets meer dan vorig jaar, toen de gemiddelde loongroei van Nederlandse IT-professionals, in loondienst en zelfstandig, uitkwam op 1,5 procent.

Vorig jaar kwam er na drie jaar op rij koopkracht inleveren een einde aan de neerwaartse trend in IT-beloningen, maar het herstel blijkt ook dit jaar nog voorzichtig. Dat terwijl de arbeidsmarkt in rap tempo aantrekt en werkgevers moord en brand schreeuwen om hoogopgeleide IT-specialisten. “Er zijn tekenen van herstel, maar dat is zeker niet voor iedere organisatie in gelijke mate het geval. Daarnaast is er een toegenomen kostenbewustzijn als gevolg van de crisisjaren en de invoering van de werkkostenregeling. Vandaar dat het marktherstel nog niet overal goed is terug te zien aan de arbeidsvoorwaarden”, licht managing consultant bij Berenschot Hans van der Spek toe. Hij ziet in andere sectoren ook dat de hoogte van de salarisgroei nog gering is. “Het is allemaal nog wat voorzichtig.”

De inflatie was in de afgelopen vier kwartalen gemiddeld 0,75 procent. Dit is de laagste prijsstijging voor consumenten sinds 1987, hoofdzakelijk veroorzaakt door de lage olieprijzen. Dit betekent dat de koopkracht voor IT’ers in loondienst er voor het tweede jaar op rij iets op vooruit is gegaan. De cao-lonen zijn in de afgelopen vier kwartalen gestegen met 1,5 procent, ten opzichte van 1,05 procent een jaar ervoor. IT’ers zijn ook dit jaar beter af dan de meeste andere beroepsgroepen.

koopkracht It'ers SS2016

Bijna 6 op de 10 IT’ers in loondienst ziet zijn inkomen dit jaar stijgen (58 procent). Vorig jaar was dit bij minder dan de helft van de respondenten nog het geval. De salarisgroei was in minder dan 10 procent van de gevallen het gevolg van een functiewijziging of promotie.

Stijgers en Dalers

Gemiddeld nam de koopkracht van IT’ers dit jaar (tussen april 2015 en april 2016) toe met 1,2 procent. Vorig jaar was dit nog 0,5 procent. Niet alle IT’ers gingen erop vooruit. Slechts 9 van de 27 functiegroepen waarover genoeg data bekend is om er iets zinnigs over te kunnen zeggen, krijgen er dit jaar meer bij dan de gemiddelde inflatie en zien de koopkracht toenemen. Dat is minder dan vorig jaar, toen het nog om 11 van de 20 functiegroepen ging. Net als voorgaande jaren laten een aantal functies extreme stijgingen of dalingen zien. Dit is te wijten aan sterke wisselingen in de onderzoekspopulatie. Vooral applicatieontwikkelaars, programmeurs, technisch applicatiebeheerders, informatieanalisten, softwarearchitecten en adviseurs informatievoorziening zien hun inkomen fiks groeien ten opzichte van vorig jaar. Ook vorig jaar zaten de meeste van die functiegroepen al in de lift. Hoofden IT, adviseurs IT, informatiemanagers, testers en change managers leveren gemiddeld relatief veel in, net als 4GL-ontwikkelaars/applicatieprogrammeurs.

SS2016 salarisontwikkeling per funtiegroep

Meer ruimte voor loongroei; nog veel onvrede over arbeidsvoorwaarden

De loonruimte is voor de meeste IT’ers iets verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Uit de uitkomsten van de Salary Survey 2016 blijkt dat er meer ruimte is voor loonontwikkeling bij IT-bedrijven dan bij niet-IT-bedrijven. Voor IT’ers op de loonlijst van IT-bedrijven waarvan het salaris toenam, bedraagt de salarisgroei gemiddeld 2,5 procent. Voor IT’ers die werken voor een gebruikers­organisatie is dit gemiddeld een toename van 2 procent. “Dat is een aanzienlijk verschil in het voordeel van IT’ers die werkzaam zijn bij IT-bedrijven.”

Verder valt op dat de deelnemers aan de enquête minder positief zijn over de ontwikkeling van de (secundaire) arbeidsvoorwaarden. De arbeidsvoorwaarden zijn tussen april 2015 en april 2016 voor slechts een klein deel van de IT’ers verbeterd en zijn vaak het gevolg van een nieuwe baan of promotie. De meest genoemde verbeteringen zijn naast meer salaris, meer opleidingsbudget, meer ruimte voor vrijwilligerswerk onder werktijd, prestatiebeloning en bonussen. Bij gebruikersorganisaties wordt opvallend vaak gerept over verbeteringen die het gevolg zijn van nieuwe cao’s.

Gevraagd naar welke arbeidsvoorwaarden de respondenten de komende tijd het liefst verbeterd willen zien is meer salaris het meest genoemde antwoord en ook betere bonusregelingen, (betere) leaseautoregelingen, vaker thuis mogen werken en meer vakantiedagen. worden vaak genoemd.

SS2016 loonontwikkeling

Meer uren en meer uitschieters voor zzp’ers

De meeste zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) merken goed dat de markt weer aantrekt. Zij kunnen meer uren dan vorig jaar in rekening brengen. Het aantal declarabele uren nam in een jaar tijd toe van 34 naar 36 uur per week. In 2014 was dit gemiddeld nog 32 uur. Opvallend is dat het gemiddelde uurtarief daalde van 84 euro vorig jaar naar 80 euro nu. Van der Spek: “Dit kan komen doordat het aantal zzp’ers in de enquête niet zo groot is (zo’n 100) en het gaat om andere respondenten dan vorig jaar. En in het algemeen zien we na een dip dat eerst het aantal uur een tijdje stijgt, voordat de tarieven serieus omhoog gaan.” Overigens is de spreiding in de steekproef dit jaar groter dan vorig jaar en zijn er meer uitschieters naar boven. Een kwart van de zzp’ers kan nu meer dan 100 euro vragen; in de steekproef van vorig jaar was dit nog 95 euro. Niels Huismans van FastFlex kan dit wel beamen: “Externe inhuur wordt steeds vaker gebruikt om heel specialistische kennis in te zetten. Deze tarieven zijn dan ook een stuk hoger dan de wat meer generieke rollen en opdrachten.”

Ondanks het licht gedaalde uurtarief, kunnen zzp’ers die deelnamen aan het onderzoek gemiddeld toch iets meer in rekening brengen bij opdrachtgevers dan vorig jaar: 2880 euro per week dit jaar, tegen 2856 euro per week in 2015. In 2014 was dit nog 2464 euro per week. Het bruto-inkomen over het dit jaar komt voor zzp’ers uit op 94.000 euro, terwijl dit in de steekproef vorig jaar nog 71.200 euro was. Wat verder opvalt, is dat er grote verschillen zijn. Zo zijn er zzp’ers die iets meer dan 53.00 euro hebben opgegeven als bruto jaarinkomen, maar zijn er ook die meer dan 130.000 euro per jaar verdienen.

Zo’n 12 procent van de zzp’ers die hebben deelgenomen aan het onderzoek zou, als ze de keus hadden, liever in loondienst werken. Vorig jaar was dit nog 18 procent. Het lijkt er dus op dat minder professionals noodgedwongen de stap hebben gemaakt naar freelancer, omdat een baan in loondienst vinden een onmogelijke opgave bleek. Steeds meer zzp’ers ­lijken bewust de keuze te maken om zzp’er te worden. Huismans: “De schaarste die ontstaat maakt het voor professionals makkelijker om zelfstandig te gaan, omdat ze weten dat ze toch wel een opdracht kunnen vinden. Tegelijkertijd zie je ook dat bedrijven heel mooie arbeidsvoorwaarden willen bieden om deze professionals toch te binden.

Van de ondervraagde IT-professionals die nu nog in loondienst werken bij een IT-bedrijf denkt bijna 6 procent over drie jaar actief te zijn als zzp’er.

Zorgen over inzetbaarheid groeien bij gebruikersorganisaties

IT-professionals met een contract bij een IT-bedrijf zijn net als vorig jaar aanzienlijk optimistischer over hun arbeidsmarktpositie dan hun beroepsgenoten bij gebruikersorganisaties. Opvallend is verder dat een behoorlijk deel van de IT’ers in loondienst hun eigen positie op de arbeidsmarkt niet ziet verbeteren – zelfs ziet verslechteren – ondanks de aantrekkende markt. Ook hier zou de toenemende kloof op de IT-arbeidsmarkt een verklaring kunnen zijn. De meest genoemde redenen voor verslechtering van de positie zijn leeftijd en opleidingsachterstand. Verbetering van de eigen arbeidsmarktpositie wordt vooral toegeschreven aan de aantrekkende markt, een nieuwe functie en gevolgde trainingen en behaalde certificeringstrajecten.

Verder hebben wij IT-professionals gevraagd naar hun eigen inzetbaarheid, aangezien iedereen langer door moet werken voordat hij of zij met pensioen kan. Ook hier zijn IT’ers bij gebruikersorganisaties minder optimistisch gestemd.

Overigens zijn IT-professionals doorgaans niet veel positiever over hun eigen ‘uiterste houdbaarheidsdatum’ dan die van andere IT-professionals. Tot slot valt dat op IT’ers bij gebruikersorganisaties zich meer zorgen zijn gaan maken over hun eigen inzetbaarheid dan een jaar terug.

Iets positiever

Meer dan driekwart van de respondenten die op de loonlijst staan van een IT-bedrijf merkt dat de arbeidsmarkt weer aantrekt, bij IT’ers die werken buiten de IT-sector is dit ruim 64 procent. Dat is een aanzienlijk verschil met vorig jaar, toen nog geen 20 procent van alle respondenten aangaf al te merken dat de arbeidsmarkt aan het verbeteren was. IT’ers die zeggen dat de markt herstelt merken dit vooral doordat zij meer vacatures tegenkomen, vaker worden gebeld door headhunters en meer collega’s zien vertrekken. Dat laatste is vooral het geval bij IT-bedrijven: bijna de helft ziet daar steeds meer collega’s vertrekken, terwijl dit bij niet-IT-bedrijven maar bij een kwart van de ondervraagden het geval is. Overigens is er bij IT-bedrijven meer ruimte voor salaris­onderhandelingen door de aantrekkende arbeidsmarkt dan een jaar ­terug (18 procent). Bij gebruikersorganisaties merkt slechts 7 pro­-­cent van de respondenten dat er meer ruimte is voor salarisverhoging.

Toch is niet iedereen optimistisch gestemd. Meer dan 20 procent van de IT’ers bij IT-bedrijven en maar liefst 36 procent van de IT’ers die werkzaam zijn buiten de branche merkt nog niets van marktherstel. Van de eerstgenoemde groep denkt maar liefst 32 procent dat het nooit meer op het niveau van voor de economische crisis zal uitkomen. Bij IT-professionals die werkzaam zijn bij gebruikersorganisaties is dit 19 procent. “IT’ers van nu zijn heel realistisch. Het hysterische van voor de crisis is zeker nog niet terug en komt misschien wel nooit meer terug. De kloof op de IT-arbeidsmarkt wordt steeds groter. Aan de ene kant zijn er gigantisch veel vacatures – met name in de softwareontwikkeling en data-analyse – aan de andere kant krimpt het aantal werkloze IT’ers nauwelijks. In het bijzonder oudere IT’ers komen maar moeilijk aan de bak”, stelt Van der Spek.

Ook zorgt de aantrekkende markt lang niet altijd voor meer ruimte voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden. De meerderheid van de ondervraagden heeft hier nog niets van gemerkt en denkt er ook dit jaar nog niet van te kunnen profiteren. Overigens is de stemming wel iets positiever dan vorig jaar. Toen zei slechts 15 procent van de IT’ers in loondienst bij een IT-bedrijf al terug te kunnen zien aan de arbeidsvoorwaarden dat de arbeidsmarkt is verbeterd, dit jaar is dit 21 procent. Bij IT’ers buiten de branche was dit vorig jaar nog maar 6 procent, tegen bijna 14 procent nu. Meer dan een derde van de ondervraagden denkt dat de arbeidsvoorwaarden nooit meer op het niveau komen van voor de crisis. “Dat is zelfs een iets groter aandeel dan vorig jaar. Dus IT-professionals blijven realistisch, ondanks alle verhalen over dreigende tekorten op de IT-arbeidsmarkt. En werkgevers laten zich niet gek maken, althans... nog niet”, reageert van der Spek.

Volgens hem laten ook andere sectoren (nog) weinig van die gouden tijd van voor de crisis zien. “Het is in veel gevallen ook nog niet nodig, voor de meeste functies is de arbeidsmarkt ruim genoeg. Bovendien zou het goed kunnen zijn dat bedrijven wat meer tijd nodig hebben om weer een gezonde balans te realiseren na de crisis. Ik verwacht wel dat bij zeer schaarse functies de concurrentie onder werkgevers feller is en daar al wel op loon wordt beconcurreert. Daar komt bij dat werkgevers lang niet alleen maar op loon inzetten maar ook op andere factoren, zoals groei, ontwikkeling, uitdaging, vrijheid, netwerk, et cetera.”

Daarbij is dit jaar nog altijd aan een deel van de respondenten gevraagd om op de een of andere manier in te leveren op arbeidsvoorwaarden vanwege economische omstandigheden. Dat overkwam 17 procent van de IT’ers in loondienst en gebeurde net zo vaak bij IT-bedrijven als bij gebruikersorganisaties. Vorig jaar was dit nog bij 23 procent van de respondenten werkzaam bij een IT-bedrijf het geval en zelfs bij 25 procent van de IT’ers die op de loonlijst stonden van een bedrijf buiten de IT-sector.

Net als in 2015 levert dit jaar 4 procent van de IT’ers bij IT-bedrijven daadwerkelijk salaris in, tegen 9 procent in 2014. Bij niet-IT-bedrijven is dit aandeel slechts 1 procent – tegen 4 procent vorig jaar. De bezuinigingsmaatregel die dit jaar het vaakst wordt voorgesteld is afzien van ­reguliere salarisverhoging, versobering van overwerkvergoeding en ­inkrimping van mobiliteitsbudget of leasewagenregeling.

Should I stay or should I go?

Was vorig jaar nog ruim een kwart van de IT’ers op zoek naar ander werk, dit jaar is dat aandeel gestegen naar 31 procent. IT’ers in loondienst bij een IT-bedrijf zoeken net iets vaker naar een uitdaging buiten de poort dan IT’ers die werkzaam zijn bij een gebruikersorganisatie.

Ontwikkelingsmogelijkheden worden het vaakst als reden opgevoerd als reden om te willen vertrekken, gevolgd door salarisverbetering. Het geldargument speelt veel vaker voor IT’ers bij IT-organisaties dan voor IT-professionals die bij gebruikersorganisaties in dienst zijn. Opvallend is dat ontwikkelingsmogelijkheden erg belangrijk worden gevonden in een baan, maar dat 31 procent van de IT’ers in loondienst bij een IT-bedrijf en maar liefst 41 procent van de IT-professionals bij een gebruikersorganisatie het afgelopen jaar geen training heeft gevolgd. Bij de ondervraagde zzp’ers volgt maar liefst de helft dit jaar geen opleiding, training of cursus. Het belangrijkste argument hiervoor is ‘te weinig tijd’ (gemiddeld 47 procent). Ook ‘ontoereikend budget’ (gemiddeld 32 procent) wordt vaak genoemd. Ook ‘geen interesse’ is met een score van gemiddeld 21 procent niet uit te vlakken. “Hier maak ik me ernstig zorgen over”, reageert Van der Spek. “Bijna de helft van de opleidingsbudgetten blijft liggen, terwijl iedereen roept dat je 24/7 blijven ontwikkelen essentieel is in de IT. Dit is niet alleen de verantwoordelijkheid van de werkgever – die met de Wet Werk en Zekerheid nog meer verantwoordelijkheid heeft gekregen om personeel aan het werk te houden – maar ook van de IT’er zelf!”

SS2016 should I stay or should I go

Tekorten verwacht

Ook dit jaar hebben wij weer gevraagd in welke mate respondenten verwachten dat er binnen vijf jaar een tekort is aan mensen met hun functie. 21 Procent van de IT’ers werkzaam bij IT-bedrijven verwacht dat er binnen vijf jaar een ernstig tekort zal ontstaan aan IT-professionals zoals zij, terwijl 16 procent verwacht dat dit absoluut niet het geval zal zijn. Net als vorig jaar denkt bijna de helft dat het wel gaat schuren.

Bij IT’ers die werkzaam zijn buiten de IT-branche denkt maar liefst een kwart dat er over vijf jaar helemaal geen tekort zal zijn aan IT’ers zoals zij, terwijl slechts 14 procent denkt dat de behoefte aan mensen zoals zij de komende jaren verder op zal lopen. De respondenten verwachten net als vorig jaar dat de vraag naar softwareontwikkelaars en beleid- en kaderstellers binnen vijf jaar het hardst aantrekt. Ook aan beheerders en adviseurs ontstaat grote behoefte, is de verwachting.

SS2016 Verwachte tekorten

Het moet vooral leuk zijn

Werksfeer en collegialiteit bepalen de werktevredenheid van IT’ers het meest. Net als vorig jaar, toen dit antwoord voor het eerst werd toegevoegd. Twee jaar geleden scoorde flexibele werktijden nog het hoogst. Dit jaar zijn na sfeer en collegialiteit uitdagende projecten het belangrijkst voor tevredenheid. Salaris is weer een plaatsje gezakt, nog onder flexibele werktijden. Baanzekerheid wordt door IT’ers bij gebruikersorganisaties belangrijker gevonden dan door IT’ers binnen de IT-branche. Dat geldt andersom voor loopbaanmogelijkheden.

SS2016 Pushfactoren

Slapeloze nachten

IT-professionals maken zich vooral zorgen of zij wel voldoende budget krijgen om hun doelen te bereiken, en of zij wel bij kunnen blijven met hun kennis en competenties gezien de razendsnelle ontwikkelingen in de IT. IT’ers bij IT-bedrijven maken zich relatief vaak zorgen over de afname van de vraag naar producten en diensten en de bevriezing van hun salaris. IT’ers bij gebruikersorganisaties liggen weer bovengemiddeld vaak wakker van reorganisaties en dreigend ontslag, outsourcing van werkzaamheden naar externe partijen en concurrentie van IT’ers die jonger zijn dan zij.

SS2016 Slapeloze nachten

Google en Microsoft populair

SS2016 Favoriete werkgever

De populairste werkgever onder de respondenten is Google, dat op de voet wordt gevolgd door Microsoft. Bij IT’ers in loondienst bij een IT-bedrijf staat Microsoft zelfs bovenaan. Ook Apple, Bol.com en Booking.com zijn geliefd.

Vorig jaar werd de ranglijst nog aangevoerd door IBM, maar toen konden alleen nog IT-dienstverleners worden aangevinkt. IBM moet dit jaar genoegen nemen met een tiende plek en zag IT-dienstverleners Accenture, Sogeti en Capgemini voor zich eindigen.

Overigens zegt 60 procent van de respondenten dat ze geen favoriete werkgever hebben en noemt 14 procent een bedrijf dat niet in het lijstje voorkwam. De overheid wordt relatief vaak genoemd als favoriete werkgever, zowel bij IT’ers die werkzaam zijn binnen de IT-sector als IT’ers bij gebruikersorganisaties.

1135 deelnemers

In totaal hebben er dit jaar 1135 IT-professionals deelgenomen aan de Salary Survey, het jaarlijkse beloningsonderzoek van AutomatiseringGids en Berenschot, sinds 2015 ook in samenwerking met Ngi-NGN en FastFlex. 848 van hen hebben de vragenlijst volledig ingevuld. Dat zijn er iets minder dan vorig jaar, toen de teller stokte bij 1298 deelnemers en 997 volledig ingevulde enquêtes.Bijna 42 procent van de respondenten is in loondienst bij een IT-bedrijf, 43 procent is als IT’er werkzaam bij een gebruikersorganisatie, 7 procent is actief als zzp’er en de rest vinkte de optie ‘geen van deze drie keuzes’ aan.

Maar liefst 95 procent van de deelnemers is man (vorig jaar 93 procent). Het opleidingsniveau van de respondenten is hoog: 84 procent van de ondervraagde IT’ers in loondienst bij een IT-bedrijf heeft minimaal een hbo-opleiding afgerond. Bij IT’ers die in loondienst werken buiten de IT-sector is driekwart hoogopgeleid. Zzp’ers zijn relatief het hoogst opgeleid: maar liefst 90 procent heeft een hbo- of wo-opleiding gevolgd.
De gemiddelde leeftijd van de deelnemers aan de enquête is 43 jaar bij IT-organisaties en 47 jaar bij gebruikersorganisaties. Opvallend is dat de zzp’ers die deelnamen aan het onderzoek gemiddeld iets ouder zijn: 50 jaar. Opvallend is verder dat het gemiddelde aantal dienstjaren voor IT’ers bij een IT-bedrijf 9 jaar is, terwijl dit voor IT’ers bij gebruikersorganisaties maar liefst 13 jaar is. Zzp’ers die deelnamen aan het onderzoek werken gemiddeld al 9 jaar zelfstandig.

IT-professionals in loondienst bij een IT-bedrijf zijn het vaakst adviseur (16,5 procent), manager (15 procent) en softwareontwikkelaar (14,8 procent). De IT-professionals die deelnamen aan de enquête en werken bij een bedrijf buiten de IT-sector zijn vooral actief in de segmenten beheer (30 procent) en management (18,8 procent). Hier zijn de meest voorkomende functietitels op visitekaartjes projectleider/teamleider en systeembeheerder/applicatiebeheerder.

Zie ook Loopbaan op AG Connect Intelligence
Reactie toevoegen