Management

Governance
Bureau ICT Toetsing

Kan het een BITje minder?

Actie is nodig om de kwaliteit van onze informatisering te verhogen

21 februari 2017

Actie is nodig om de kwaliteit van onze informatisering te verhogen

Eind 2014 rapporteerde de commissie-­Elias­ kritisch over publieke IT-projecten. Het adviseerde onder meer de instelling van het Bureau ICT-Toetsing. Maar om de besturing van grote publieke projecten te verbeteren, zou de branche ook eens ­moeten kijken naar andere vakgebieden als de advocatuur en architectuur.

Het Bureau ICT-Toetsing is inmiddels een jaar in functie en heeft circa vijftien toetsingen uitgevoerd. Berenschot en VKA hebben onlangs een publicatie uitgebracht waarin de ervaringen worden geëvalueerd. De waarde van het BIT als kritische blik van buitenaf wordt hierin onderschreven.

Elias noemt in het eindrapport echter een aantal problemen en daarbij horende aanbevelingen, die het BIT niet direct zal oplossen. De belangen van hoofdrolspelers lopen te ver uiteen, er is sprake van gedeelde ‘onverantwoordelijkheid’, de kennis bij de opdrachtgevers schiet tekort en ambtenaren en/of leveranciers spreken de politieke leiding te weinig tegen. Ook voorziet Elias dat als slechts enkele aanbevelingen worden uitgevoerd en de resterende niet, een herhaling van zetten uit het verleden zal volgen en er wéér geen structurele oplossing komt voor de problemen. Met de invoering van het BIT (naast de al bestaande instrumenten van de interne- of Rijksaccountantsdienst, rekenkamer en de Gateway review) zijn we er dus niet.

Kan er naast het BIT ook een andere verbetering in de besturing van grote publieke projecten worden aangebracht? Wij denken van wel. Hoe kan de kwaliteit van grote projecten intrinsiek verbeteren? Kwaliteit komt als het goed is van binnenuit. Hoe hebben andere vakgebieden dat eigenlijk georganiseerd? Bij advocaten, artsen, auditors en architecten zie je een aantal mechanismen en eisen die in het nog jonge vakgebied van informatietechnologie nog ontwikkeld moeten worden. Wat is het resultaat van projectie van deze aanpak op ons eigen vakgebied?

Onafhankelijkheid
De positie van de genoemde professionals is in hun vakgebied gekenmerkt door een zekere onafhankelijkheid ten opzichte van het te bereiken doel. Hun rol is niet die van opdrachtgever of uitvoerder maar van onafhankelijke professional met kennis van het specifieke vraagstuk waarvoor de opdrachtgever zich geplaatst ziet. De verdachte heeft een advocaat nodig in het complexe systeem van rechtspraak, de patiënt wil een onafhankelijk advies over een uit te voeren behandeling, de auditor geeft met kennis van zaken een oordeel over de inrichting van een bepaald proces en de architect adviseert de klant bij het ontwerp en de bouw van zijn huis. De uiteindelijke beslissingen blijven de verantwoordelijkheid van de klant of opdrachtgever, maar deze professionals zijn wel verantwoordelijk voor een juist inhoudelijk advies. Daar kunnen ze ook op aangesproken worden en daarover moeten ze zich verantwoorden als het misgaat.

"Wij pleiten voor een impuls om de deskundigheid van informatie­professionals te verhogen en te borgen"

In de wereld van de informatietechnologie is deze onafhankelijke rol die is ingebed in het proces nog niet duidelijk herkenbaar. Projectadviseurs en IT-architecten zijn vaak niet onafhankelijk of hebben een bepaald belang vanuit opdrachtgever of opdrachtnemer perspectief. Het ontbreekt ze aan een positie of autoriteit om de besluitvorming te beïnvloeden.

Het is vaak moeilijk om één inhoudelijke eindverantwoordelijke aan te wijzen voor ontwerp of implementatie. Wat in onze ogen ontbreekt is een duidelijk gedefinieerde rol bij een complex project die vergelijkbaar is met die van een architect in de bouw. Onafhankelijk van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer (de aannemer), deskundig en aanspreekbaar op zijn verantwoordelijkheid voor advies op gebied van het inhoudelijk slagen van het project.

Deskundigheid
Bij de genoemde beroepen is een goed omschreven opleidingscurriculum met exameneisen en accreditatie beschreven, waarbij ook de verschillende te onderkennen vakgebieden zijn opgetekend. Vaak is er sprake van een basisopleiding gevolgd door een specialisatie. Die specialisatie moet vervolgens worden onderhouden door na- en bijscholing, het verzamelen van ervaringspunten en herexamens. Om te kunnen werken in het vakgebied moet aan deze eisen blijvend worden voldaan anders wordt de bevoegdheid ingetrokken.

De huidige praktijk van informatietechnologie is dat er een groot scala aan opleidingen is die deels ook zijn geaccrediteerd. Een samenhangend curriculum dat past bij een beschreven vakgebied is echter meestal niet voor handen. De samenwerking en afstemming tussen onderwijsinstellingen kan beter. Ook de mate van bijscholing, verplichte ervaringspunten en herexamens verschilt sterk per vakgebied. Over het algemeen is dit bij EDP-auditors en beveiligingsexperts het beste ontwikkeld.

Elias beveelt aan om de IT-kennis bij de overheid te verhogen, maar geeft tegelijk aan dat dit niet eenvoudig is. Wij pleiten voor een impuls om de deskundigheid van de onafhankelijke informatieprofessionals te verhogen en te borgen. Opdrachtgevers, het onderwijsveld en de beroepsgroep moeten hierin gezamenlijk stappen zetten – alle drie zijn hierbij nodig. Als opdrachtgevers niet vragen om geaccrediteerde mensen is er geen incentive om je te bekwamen en geen vraag naar goede curricula. De beroepsgroep heeft eerder wel stappen gezet in deze richting, maar opdrachtgevers moeten hun eisen formuleren en hierop toetsen.

Transparantie en vertrouwen
Bij de eerder genoemde beroepen is sprake van een openbaar register waarin men pas na het voldoen aan de eisen kan worden opgenomen en waarvoor ook een gedragscode en tuchtrecht zijn ingericht. Er is een toelatingsproces en een proces om te worden verwijderd uit het register. Aan grote, spraakmakende projecten verlenen deze mensen hun naam en als er sprake is van onvoldoende presteren kan de opdrachtgever zijn beklag doen en worden de betrokken professionals met naam en toenaam in de media genoemd.

In de IT-wereld is dit nog ongebruikelijk. Er zijn inmiddels wel enkele groepen die gedragsregels hanteren zoals de EDP-auditors en onlangs het IT-manifest van de KNVI. Maar wie weet welke onafhankelijke partij de ontwerper was van de IT voor de tunnels A73? En heeft iemand kunnen verifiëren welke professionals verantwoordelijk waren voor ontwerp en uitvoering van project Werk.nl bij het UWV?

In onze ogen is het vakgebied gebaat bij meer transparantie en de mogelijkheid om deskundigheid en trackrecord van een IT-professional aan wie men advies vraagt te kunnen nagaan en bij slechte prestaties een beroep te kunnen doen op een vorm van tuchtrecht (naast het bestaande civiele recht natuurlijk).

Actie
Als informatieprofessionals hun vakgebied naar een hoger plan willen brengen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus nemen, dan moeten ze op de genoemde aspecten onafhankelijkheid, deskundigheid en transparantie stappen zetten. Het moet een gezamenlijke inspanning zijn van het onderwijsveld, de beroepsgroep en niet in de laatste plaats de opdrachtgevers. Die moeten eisen gaan stellen aan de onafhankelijke adviseur die ze aannemen om de kwaliteit van een project te waarborgen van binnenuit.

Onlangs (17 januari) hebben de auteurs het initiatief genomen om samen met belangrijke betrokken belanghebbenden te verkennen op welke wijze de eerste stappen gezet moeten gaan worden. De overtuiging dat dit de juiste weg is om de kwaliteit van onze informatisering te verhogen wordt inmiddels breder onderschreven. Het is tijd voor actie!

 

 

 

Zie ook Management op AG Connect Intelligence
2
Reacties
Anoniem 21 februari 2017 19:19

Goed en interessant!

Atilla Vigh 21 februari 2017 14:31

Op zich aardig goede architecten op te leiden, maar.... de (fysieke) bouw als basis kiezen voor de ICT zou ik niet zo snel doen, vanuit een kwaliteitsimpuls. Als er een branche is waar aannemers, projectontwikkelaars, architecten en zelfs overheden er vaak gezamenlijk er een ondoorzichtige samenwerking van maken, dan is het wel de bouw. Er is jaren voor de ICT enquete ook nog zoiets als een bouwfraude enquete geweest en daar lusten de honden ook geen droog brood van. Daar waar veel geld en prestige op het spel staan, zijn ICT-ers (en bouwers) net mensen. Dat los je niet op met welke structuurdiscussie, maar met handhaving en ingrijpen. Daar schort het aan. Omdat het hier om overheidsprojecten gaat, moet de politiek gewoon eens het lef hebben om veel vaker zowel vooraf als tijdens de projecten, de stekker er uit trekken. Ik zou zeggen zet er een quotum op: minimaal 50% van alle voorgestelde projecten als lopende stoppen!

Reactie toevoegen