Innovatie & Strategie

Wetenschap
Vanessa Evers is gespecialiseerd in mens-machine-interactie

Robot love: over interactie mens - machine

Sociale intelligentie is cruciaal bij de inzet van robots, zegt Vanessa Evers.

Vanessa Evers is hoogleraar Computer Science bij de Human Media Interaction-groep aan de Universiteit Twente © De Beeldredaktie,  Erik van 't Woud
13 juli 2016

Sociale intelligentie is cruciaal bij de inzet van robots, zegt Vanessa Evers.

Vanessa Evers' onderzoek naar interactie tussen mensen en robots maakte haar één van de populairste wetenschappers in Nederland. “Wereldwijd ligt de focus vooral op bewegen en superintelligentie. Wij richten ons juist op sociale intelligentie.”

AG CONNECT TREFT VANESSA EVERS in de trein vanaf Schiphol, waar ze net is teruggekeerd van weer een werkbezoek aan Californië. De vraag of ze geen last heeft van een jetlag, lacht ze weg. “Nee joh, mijn recept is gewoon keihard werken tot je weggaat. Dan val je als een blok in slaap in de vliegtuigstoel. Bij aankomst ben ik er al weer overheen.”

Evers komt graag in de VS. Daar ligt de bakermat van haar onderzoek waar ze eigenlijk zo maar in rolde. “Ik heb een paar jaar aan Stanford University gewerkt met Pamela Hinds, die toevallig met vraagstukken over human robot interaction bezig was. We presenteerden een paper op een conferentie over robotica. De meeste bijdragen daar gingen over technische aspecten. Tot onze verbazing was er veel belangstelling voor onze paper. We waren op het juiste moment bezig met de sociale interactie met robots, net toen de aandacht er voor opkwam.”

ZELFSTANDIGE ROBOTS

Vanessa Evers onderzoekt hoe robots en mensen beter kunnen samenwerken. Op het World Economic Forum in Davos praatte ze onlangs nog wereldleiders bij over hoe robots agressie kunnen herkennen. Dat kan bijvoorbeeld helpen bij het onderzoek naar de gebeurtenissen in Keulen tijdens de jaarwisseling. Robots zijn er in vele gedaanten, van chatbots tot humanoïden tot industriële robotarmen. Evers’ onderzoek beperkt zich tot robots die waarnemingen kunnen doen en zelfstandig iets in gang kunnen zetten. “Bijvoorbeeld een kopje optillen.”

Wat trekt je aan in de interactie tussen mens en machine?

“Ik ben heel nieuwsgierig naar hoe de interactie er in de toekomst uit gaat zien. Wat betekent dit voor de maatschappij als het aantal robotische diensten toeneemt in de auto, in huis, in de publieke ruimte? Wat betekent het om kinderen bloot te stellen aan robots in de klas?

Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in de achtergronden van hoe mensen met technologie omgaan; waarom iets voor de één wel en voor de ander niet werkt. Toen ik in de jaren ’90 aan mijn studie begon, ging het vooral om websites. Webwinkels gooiden alles online en dat werkte vaak niet. Zo raakte ik geïnteresseerd in de adaptatie van systemen op hun gebruikers. Later ontstond de aandacht voor het inbouwen van sociale aspecten in technologie met behulp van intelligentie.”

Kwam dat onderwerp toen al terug in je opleiding?

“Ik heb bedrijfsinformatica gestudeerd, dat is een combinatiestudie waarbij kunstmatige intelligentie en informatica wordt afgewisseld met economie en bedrijfskunde. Daar was een aansluiting.”

UVA ZAG NIETS IN ‘SOFTE’ INFORMATICA

Evers is wegbereider voor een belangrijke rol van vrouwen in IT en wetenschap. Dat is hard nodig, constateert collega-professor Pieter Adriaans. De groep Human Computer Interaction van de UvA, waar Evers eerst het tonen van emoties door robots onderzocht, werd opgeheven zodra dat met goed fatsoen kon. Hij weet dat aan machogedrag van nerds, die niets moeten hebben van ‘bange lieve robotjes’. Toch is ‘softe’ informatica van groot maatschappelijk belang, stelt Adriaans.

Moeten robots anders reageren op verschillende situaties?

“Zeker, die verschillen komen bijvoorbeeld naar voren bij het toepassen van sensoren om de omgeving waar te nemen. Wanneer technologie wordt ontwikkeld, wordt die bijna altijd gemodelleerd naar de norm. Wanneer je te maken krijgt andere doelgroepen, bijvoorbeeld wat oudere mensen of mensen uit een andere cultuur, moeten die algoritmes worden aangepast. Datzelfde zie je bij verandering van omgeving. Ook hier wordt een bepaalde gebruikssituatie genomen als uitgangspunt, bijvoorbeeld een school. Wanneer je een robot ontwikkeld voor gebruik in de klas, is het de bedoeling dat die anders reageert dan in een kantooromgeving of in een thuissituatie. Bijvoorbeeld in de afstand die je tot mensen houdt. In een kantoorsituatie houd je meer afstand dan thuis. Thuis is het veel gebruikelijker dat je iemand aanraakt.”

Wij willen mensen niet afhankelijk maken, maar meer zelfstandigheid geven.

Verwacht je verschillen in de mate waarin verschillende groepen mensen afhankelijk worden van robots?

“Wij willen mensen helemaal niet afhankelijk maken! Wij zien de technologie zich ontwikkelen tot een middel om mensen meer zelfstandigheid te geven. Hoe kun je zorgen dat mensen langer zelf boodschappen kunnen blijven doen? Of kun je een robot gebruiken als intermediair? Je ziet vaak dat mensen met een meervoudige handicap, ver in het dementiespectrum of ver het in autistisch spectrum, menselijke bemoeienis bedreigend vinden. De robot wordt door hen soms beter vertrouwd en kan een brug slaan. We zijn daar nu proeven mee aan het doen.”

Een eerste associatie bij robots is vaak dat het kille technologie is, met een gebrek aan empathie. Is dat te voorkomen?

“Oefff, moet een robot altijd empathisch zijn? Bij een autonome auto heb je er geen behoefte aan dat ie begint met vragen hoe je je voelt en opmerkingen als van: “Hè, wat rot voor je, zeg.”

Wanneer je een robot inzet bij een eenzaam persoon, verwacht je dat misschien eerder. Ook dan is het maar de vraag of dat zo ver moet gaan. Stel zo’n robot is er primair voor het helpen bij de oefeningen die een fysiotherapeut heeft voorgeschreven. Dan zou het fijn zijn wanneer het apparaat rekening kan houden met de gemoedstoestand van degene die de oefeningen moet doen. Dan hoeft de robot niet per se empathisch over te komen terwijl er wel empathische technologie in wordt toegepast.”

ROBOT-ETHIEK

Ethiek speelt een belangrijke rol in het onderzoek naar robots. Niet alleen Evers zegt regelmatig ethici te betrekken bij vraagstukken waar de inzet van robots een grote impact kan hebben, zoals op de sociale ontwikkeling van kinderen. Ook Arie van den Ende, algemeen directeur van RoboValley in Delft, wijst er op: “Vooruitgang op het gebied van robots is goed, maar wel op verantwoorde basis.”

Mensen benaderen slimme technologie aanvankelijk vaak met wantrouwen. Hoe overwin je dat?

“Ik denk dat het een kwestie van delegeren is. Toen navigatiesystemen net op de markt kwamen, was dat een uitkomst als je alleen ergens naar toe reed waar je nog niet eerder was geweest. Opeens was het niet meer nodig een kaart in je hoofd te prenten. Maar je was ook recalcitrant ten aanzien van de suggesties op routes die je vaak had gereden. Naarmate je vaker navigatie gebruikt, komen er steeds meer routes waarvan de kaart niet meer automatisch in je hoofd zit. Er is inmiddels zelfs een hele generatie die nooit met een kaart heeft gereden. Het is vaak zo dat waar je kennis hebt, je die bij voorkeur gebruikt. Waar de kennis ontbreekt, delegeer je die naar zo’n systeem. Vertrouwen groeit dan met de ervaring. Een voordeel is dat er cognitieve ruimte vrijkomt die eerst nodig was voor het navigeren. Die ga je voor iets anders gebruiken. Vroeger belde ik nooit in de auto. Nu is dat makkelijker omdat het navigatiesysteem me meldt wanneer de afslag nadert. Voor vertrouwen is een goede interface belangrijk. Wanneer een medisch specialist acties door een robot laat uitvoeren, ontstaat alleen vertrouwen als volstrekt transparant is wat de robot doet. Ook mogen er geen fouten ontstaan door verwarrende situaties, dus de interface tussen de arts en de robot moet heel goed zijn.”

Mensen hebben ook de neiging door te slaan naar extreem vertrouwen. Ze volgen blindelings hun navigatie of nemen straks wellicht klakkeloos adviezen van een robot over, zonder na te denken of die wel hout snijden. Hoe voorkom je dat?

“Dat is een moeilijk vraag, haast een filosofische vraag en ik ben maar een eenvoudig engineer die naar concrete oplossingen zoekt voor dagelijkse problemen. Is het wenselijk dat mensen door navigatiesystemen niet meer weten waar ze zijn? Dat is niet aan mij! Doordat we zaken zoals navigeren, chirurgische naaldsturing, en het vinden van documenten over een onderwerp overlaten aan systemen, trainen we vaardigheden minder. Daarvoor in de plaats komen weer nieuwe vaardigheden. Dat is niet alleen van nu. Ook in de industrialisering werd veel fabrieksarbeid grotendeels vervangen en ontstonden er complexere taken voor mensen. Waar ik dan vooral in geïnteresseerd ben is hoe de samenwerking tussen mensen en auto’s vorm te geven. Of bijvoorbeeld hoe het leren met robots in de klas vormgegeven moet worden om de sociale ontwikkeling van kinderen te ondersteunen.”

Wat zou voor jou persoonlijk het grootste succes zijn in dit vakgebied?

“Ik zou erg blij zijn als, wanneer ik met pensioen ga, kan terugkijken en zien dat robotica voor meer welvaart heeft gezorgd. Dat we daardoor beter kunnen omgaan met de natuur, met cultureel erfgoed, met gezondheidsproblemen en met onderwijs. Ik wil niet terugkijken en zien dat de robots de wereld hebben overgenomen, maar dat zie ik ook niet snel gebeuren. Na een uurtje is de accu doorgaans leeg en anders is het dichtdoen van de deur ook een goede remedie. Een deurklink is nog altijd een groot probleem voor een robot.”

Welke risico’s kunnen het succes in de weg staan?

“Nou, ik denk dat er op een aantal terreinen nog flinke doorbraken nodig zijn. Zoals ik al zei, de accu is doorgaans veel te snel leeg en de accutechniek heeft risico’s zowel bij de productie als in het gebruik. Ik vind het altijd heel opmerkelijk dat wij mensen met onze hersenen, weinig energie en een paar ledematen toch heel veel kunnen doen, van pianospelen, wiskunde begrijpen tot bomen klimmen en eten koken. Voor dat de robot zo ver is, is echt nog een forse miniaturisering nodig. Dan moeten er verder op het gebied van wet- en regelgeving nog veel vragen worden beantwoord. Wanneer je in de auto rijdt en er steekt plotseling een hert over, reageer je intuïtief. De computer in een autonoom rijdende auto heeft tijd om afwegingen te maken. De randvoorwaarden daarvoor moeten wel eerst door iemand zijn vastgelegd. Dus eigenlijk is dan de vraag: hoeveel herten is een mens waard?

Technisch is het misschien geen probleem meer, maar regeltechnisch wel. In de VS noemen ze dat het trolleyprobleem: moet je een losgebroken treinwagon laten afbuigen naar een ander spoor waarbij zeker een persoon wordt gedood als dat betekent dat je door die actie de inzittenden in de wagon spaart?”

Japan is bekend om zijn robottechnologie. Loopt het land ook voorop in sociale interactie tussen mens en robot?

“De aandacht voor robottechnologie in Japan is gekoppeld aan de grote voorsprong die het land tijdens de industriële revolutie heeft opgebouwd. Die voorsprong kalft nu af. De overheid wil terugkomen en ziet robotica als een belangrijke middel. Daarom investeert de overheid veel in robottechnologie. Toch zou ik zeggen dat de VS veel verder is in robottechnologie, alleen zie je er minder van. Dat komt doordat in de VS veel wordt ontwikkeld voor Defensie en de ontwikkeling meer is gericht op specifieke toepassingen als het ontmantelen van bommen en search and rescue. Ik zou het onderzoek in Japan creatiever noemen. Ze kijken meer naar het namaken van mensen, bijvoorbeeld een robot als danspartner. De wetenschap in Japan is echter sterk verzuild. Daarom zie je dat het daar moeilijk is om tot een gehele oplossing te komen. In Japan werken overigens wel wat groepen aan sociale interactie, zoals die van Takayuki Kanda in Kyoto. Zijn groep heeft robots rondlopen in winkelcentra en registreert hoe mensen daar over langere termijn op reageren. Maar wereldwijd houdt de sociale interactie tussen mens en robot nog niet zo heel veel mensen bezig.”

Hoe zie je zelf de positie van het Nederlandse onderzoek?

“Dat kan ik niet helemaal bepalen. Ik zie dat wereldwijd de focus vooral ligt op de ontwikkeling van bewegen, dingen pakken en superintelligentie. Wij hebben ons juist gericht op het vraagstuk van sociale intelligentie. Er zijn nog een paar groepen mee bezig, zoals aan Stanford University. Jammer genoeg is Clifford Nass, de drijvende kracht achter dat onderzoek, nog niet zo lang geleden overleden. Verder heb je aan MIT in Boston Cynthia Breazeal en Rosalind Picard. Die richten zich nu meer op start-upconstructies en crowdfunding om met de kennis van nu iets tastbaars op de markt te brengen.

Nederlands onderzoek heeft de basiselementenin huis om een grote stap te maken in robotica

Nederland heeft aan aantal grote spelers in relevante markten zoals chipfabrikanten, de olie- en gasindustrie, agrobusiness en medische technologie. Het Nederlandse onderzoek heeft ook de basiselementen in huis om een grote stap te maken in robotica met sterren in de mechanische, cognitieve, neurowetenschappelijke, sociale, ethische en ontwerpdisciplines. Maar de overheid geeft er niet zo’n impuls aan als in Japan of de VS. Het ontbreekt vaak aan financieringsinstrumenten om samen met collega’s van zo’n divers pluimage aan de ultieme oplossing te werken.”

Zie ook Innovatie & Strategie op AG Connect Intelligence
Reactie toevoegen