Management

Branche
Kees Verhoeven

"Wie geen tech-visie heeft kan geen tech-beleid voeren"

IT-politicus Kees Verhoeven maakt zich sterk voor meer IT in de politiek

Kees Verhoeven © D66
23 februari 2017

IT-politicus Kees Verhoeven maakt zich sterk voor meer IT in de politiek

Kees Verhoeven voelt zich eenoog in het land der IT-blinden: "De politiek heeft nog te veel; de houding van 'we vinden die diensten toch allemaal leuk?' "

  • Je bent tot IT-politicus van het jaar uitgeroepen. Met afstand. Wat heb je persoonlijk met IT? Was IT iets waar je altijd al een interesse in had, of is het gekomen met je kamerlidmaatschap?

“Dat laatste. Pas toen ik in de Tweede Kamer zat, ging ik er het belang van inzien. Aanvankelijk via de invalshoek van economische zaken, maar al gauw ook via de invalshoek van persoonlijke vrijheid. Ik kreeg te maken met de cookiewet en met de discussie over netneutraliteit. Daarbij werd me duidelijk dat het bedrijfsleven, terecht, enorm veel belang hecht aan ruimte voor online ondernemerschap. Maar wat me ook duidelijk werd, is dat regels maken binnen het domein van IT verdraaid ingewikkeld is. Want die cookiewet – waar wij helaas ook mee hebben ingestemd –is natuurlijk een vreselijke wet. Ik sta nog steeds achter de bedoeling om de privacy van burgers te beschermen, maar de manier waarop we die wet hebben vormgegeven, was niet functioneel. Dat is een les geweest op grond waarvan ik me heb gerealiseerd dat IT een complex domein is, waarvan je als politicus verdomd goed op de hoogte zult moeten zijn om geen dingen te doen waarvan je de praktische uitwerking niet overziet.”

  • Om uit te zoeken wie de titel IT-politicus van het jaar verdient, deden we een rondvraag onder IT-bedrijven in Nederland. Uit de reacties die we kregen komt het beeld naar voren dat ‘de politiek’ – met D66 als gunstige uitzondering – IT qua aandacht wat stiefmoederlijk bedeeld.

“Ja, het politieke debat komt vooralsnog nauwelijks verder dan boze reacties op gehackte chipkaarten, mislukte overheidsprojecten of irritante cookiemeldingen. Zowel bij het benutten van kansen (economische groei, betere dienstverlening tegen lagere kosten) als bij het beperken van bedreigingen (grondrechtenschendingen, zoals privacy en cybercrime) speelt de overheid een belangrijke rol. Dit vraagt om samenhangend beleid en visie. De andere partijen lijken dat nog niet zo te onderkennen. Zonder arrogant te willen lijken, heb ik de indruk dat de meeste fracties voor wat betreft IT eigenlijk nog in de fase verkeren waar D66 voor 2012 zelf ook nog in zat: over IT denken en praten in algemene abstracties zonder concrete beleidsdoelen en maatregelen voor ogen te hebben.”

  • Hoe erg is dat?

“Dat is zorgwekkend. Waar je ook komt en wie je ook spreekt; iedereen zegt dat IT de samenleving gaat veranderen. Als je dat ziet, maar geen visie hebt op kansen en dreigingen vanuit ontwikkelingen als Big Data, kunstmatige intelligentie, mass surveillance of de blockchain; dan kun je daar dus geen beleid op voeren. Dan laat je het kennelijk over aan anderen, aan bedrijven, aan buitenlandse mogendheden. Dan faal je als politiek.”

  • Wat zie je als de meest genegeerde problematieken op het gebied van IT en digitale transitie?

“Een bedreiging die volgens mij nog sterk wordt onderschat, is dat de digitale economie de neiging heeft een klein aantal grote machthebbers voort te brengen. Platformen als Booking.com of Uber, en ook Google en Facebook ontwrichten hele bedrijfstakken. En ze zijn zo succesvol dat ze praktisch geen ruimte laten voor concurrentie. Ze hebben heel veel macht. We hebben een mededingingsautoriteit die nog niet is ingericht op het waken voor een eerlijke interneteconomie. De politiek heeft hier nog te veel de houding van ‘dat is de markt, en we vinden die diensten toch leuk?’.

CV Kees Verhoeven

Kees Verhoeven (Utrecht, 1976) is sinds juni 2010 namens D66 lid van de Tweede Kamer. Hij was hiervoor onder meer directeur van MKB-Amsterdam.Naast IT behoren economische zaken, privacy, media en auteursrecht tot de portefeuille van Verhoeven. Ook was hij voorzitter van de Tijdelijke commissie Huizenprijzen, die de prijsvorming op de huizenmarkt onderzocht. Voor de komende verkiezingen staat hij op plaats 7 van de kandidatenlijst van D66.

Een ander probleem dat onvoldoende aandacht krijgt is dat we blijkbaar een overheid hebben die het heel gewoon vindt om diep in het persoonlijk leven van burgers te spitten. Politie en opsporingsdiensten hacken, inlichtingsdiensten mogen sleepnetten aanleggen, allerlei bestanden worden gekoppeld. Vaak gaat dit te ver en is tegenwicht nodig.”

  • Welke oorzaken zie jij voor de kennelijke desinteresse voor IT en de digitale transitie?

“Eén: onderschatting van het belang van het onderwerp; domweg niet zien wat de impact en reikwijdte is van digitale innovaties. Een voorbeeld is – en dat boeit de politiek traditioneel nogal – de inkomensverdeling. De baas van Uber heeft heel veel geld, maar de gevestigde taxichauffeurs zien hun inkomsten danig teruglopen.

Twee: kennis. In het land der blinden is eenoog koning. Nu ben ik aangewezen als IT-politicus van het jaar, dus ik ben hier koning eenoog. Maar ik weet dat ik nog steeds veel kennis ontbeer. Voor de andere Kamerleden geldt blijkbaar dat ze nog minder weten. En als je ergens niet zo veel van afweet, maak je je er ook minder druk om.

En ten derde; een heel gekke: de taal. Door de innovaties krijgen we te maken met nieuwe problemen en inzichten die in de gevestigde taal niet goed zijn te vangen. Het gevolg is dat deskundigen en buitenstaanders langs elkaar heen praten. De taal schiet gewoon te kort. Is op OK klikken ‘expliciet’ toestemming geven? Of blijft het ‘impliciet’ zo lang de gebruiker de achterliggende voorwaarden niet heeft doorgenomen? Of, wat ik in een wetsontwerp tegenkwam, de term ‘geautomatiseerd werk’, dat is dus praktisch alles, die wet gaat daarmee niet alleen over computers en smartphones, maar onbedoeld ook over jouw pacemaker!”

  • Wat zijn voor jou de belangrijkste bronnen met betrekking tot IT? Wat doen jullie om ingevoerd te zijn op het gebied van IT?

“In de eerste plaats een supergoed ingevoerde beleidsmedewerker, dat is essentieel. Verder hebben we binnen de partij een jongehondenclub; Digitaal 66. Daar zitten partijleden in die wat IT en internet betreft echt van de hoed en rand weten: ethische hackers, kritische gebruikers van het eerste uur, mensen uit het bedrijfsleven. Ze zitten me voortdurend op m’n nek, en dat is goed.
Een derde bron van informatie is uiteraard een netwerk van externe deskundigen; uit de academische wereld, uit het bedrijfsleven of uit andere kennisinstellingen. Denk aan mensen als Bart Jacobs (Universiteit Nijmegen en Cyber Security Raad), Inge Philips (Deloitte), medewerkers van de Autoriteit Persoonsgevens, specialisten uit brancheverenigingen. Voor onze Techvisie hadden we rondetafelgesprekken met meer dan vijftig externen.”

  • Welke adviezen heb je voor collega’s die de ambitie hebben om dit jaar kans te maken op de titel van IT-politicus van het jaar?

“Lees je in. Ik las de afgelopen jaren omstreeks vijftig boeken over onderwerpen als internet, software, digitale transitie, online economie en dergelijke. Daardoor ga je zien wat er aan de hand is.

Zoek bronnen, leg contacten bij bedrijven, bij belangengroepen, draag uit dat je graag wordt bijgepraat.
Zorg dat je in de positie komt om IT integraal te benaderen; trek in de fractie de IT- en internetgerelateerde onderwerpen naar je toe. Ik had indertijd het voordeel dat ik deel uitmaakte van een niet al te grote fractie. Ik kreeg EZ en kon daar gemakkelijk internet, privacy, binnenlandse inlichtingendiensten bij krijgen. Ik kon daardoor een integrale visie ontwikkelen. Bij andere partijen zie ik op allerhande IT-gerelateerde onderwerpen steeds weer verschillende fractieleden optreden. De een debatteert over de cookiewet, een ander over digitale infrastructuur, voor inlichtingen en privacy is er weer iemand anders, een vierde gaat over IT bij de overheid, enzovoort met programmeren in het onderwijs, digitaal stemmen of digitale identiteitsbewijzen. Bij sommige grotere fracties zie ik wel meer dan tien mensen die elk zo’n snipper van de digitale problematiek overzien.”

  • Hoe kan er in de politiek meer aandacht komen voor IT?

“Het bedrijfsleven moet zich goed organiseren en van daaruit bij de politieke partijen aankloppen, ook bij de fractievoorzitters. Toen we met netneutraliteit bezig waren, klopte KPN bij ons op de deur. Eelco Blok wilde Pechtold uitleggen hoe dit de werkgelegenheid van duizenden mensen zou aantasten. Uiteindelijk hebben we wel die netneutraliteit doorgezet, tegen de wensen van KPN in, maar ik vind het wel heel goed dat ze op duidelijke maar correcte wijze hebben aangegeven dat ze een belang hadden. Dat zouden IT-bedrijven meer moeten doen; bedrijven die afhankelijk zijn van de digitale infrastructuur, die het gevoel hebben dat ze kosten moeten maken om het werk van de inlichtingendiensten te faciliteren. Het bedrijfsleven is op dat punt nog te rustig, te voorzichtig. Vanuit de IT mag de lobby best iets sterker. Zolang het maar transparant is.”

Lees meer over
Zie ook Management op AG Connect Intelligence
3
Reacties
M. Steltman 24 februari 2017 15:37

Atille Vigh
U mist het punt. De term ICT is bedriegelijk. Het is een verzamelnaam, net zoals "mobiliteit" . of "gezondheid"
Je kunt moeilijk stellen dat de overheid geen verstand hoort te hebben van verkeer, met als argument dat een kamerlid niet precies hoeft te weten hoe ene auto werkt. Of van gezondheidszorg: immers kamerleden kunnen niet allemaal dokter zijn.
Het gaat om de enorme maatschappelijke effecten van digitale technologie: op arbeidsmarkt, economie, veiligheid en zo voorts. Dan kan je maar beter weten waar die effecten vandaan komen en hoe dat ongeveer werkt.

JoeSixApps 22 februari 2017 15:49

@Atilla Vigh: Helemaal met je eens... Maar volgens mij pleit Verhoeven in dit interview ook nergens voor een 'minister van ICT'. Ook in de Techvisie die hij als bijlage bij het verkiezingsprogramma voor D66 schreef, wordt nergens van een minister voor ICT gesproken. Wel van een 'Tech-minister'. Maar die gaat niet over ICT zoals bijvoorbeeld een minister van Financiën over de geldzaken gaat. Het is meer iemand die als taak heeft de andere ministers wat technologie en innovatie betreft bij de les te houden en waar nodig tot crossdepartementale samenwerking te dwingen.

Atilla Vigh 22 februari 2017 12:40

Eens met de stelling "Je moet eerst een visie hebben, voordat je beleid kunt uitvoeren". Komt uit de wetenschappelijke literatuur, "Structure follows Vision". Zo raar is dat niet. Maar ik pleit niet voor een ministerie van ICT. We hebben na WO II toch ook geen ministerie van Natuurkunde opgericht. Omdat er zo veel zaken op het fysieke vlak lagen, de bouw, gemechaniseerde fabrieken, etc... ICT is gewoon een vak, net zoals natuurkunde (en al zijn verschillende subdisciplines dat zijn), etc....

Dat ICT belangrijker is geworden dan vroeger is een feit. Alleen denk ik niet dat een vakgebied door een overheid moeten worden gevoed. Dat doet de samenleving echt zelf wel. We reppen altijd over het te hoge opleidingsniveau in de Tweede Kamer, maar de meeste hebben rechten, kunst(geschiedenis) of politicologie gestudeerd. Nauwelijks studies die iets met vakinhoudelijke kennis te maken hebben omtrent ICT of Natuurkunde (een paar uitzonderingen nagelaten). Moet je verwachten dat politici alle vakgebieden kennen? Er zijn maar 150 Kamerleden en het aantal beleidsterreinen gigantisch. Het is voor relatief grote fracties al lastig om goed politiek talent aan zich te binden en een spreiding op het gebied van kennis is dan een beperkende factor. Laat staan die kleinere fracties.

Ik ben ook eerder van mening dat die kennis binnen de ministeries en uitvoeringsorganisaties moet gaan zitten. Geen haalbare kaart, maar haal die ministers terug naar de Kamer en laat de Kamer de wetten verzinnen en maken. De ministeries de uitvoering. Geef de ministeries op de uitvoerende macht door ze in het wetgevingsproces een rol te laten spelen op inhoud (waar dus ICT en alle andere relevante vakgebieden samenkomen), kosten en risico's. Zorg dat ze in tegenstelling tot de Raad van State nu, niet een advies geven, maar net zoals de eerste Kamer een verwerpingsrecht. Je zult zien dat veel compleet onzinnige voorgestelde wetgeving (die te duur, te complex en te risicovol) geen doorgang meer hebben. Het advies van de ministeries (dat puur uitvoeringsorganisaties zijn in die situatie) is ontspeend van politiek doordat alleen objectieve en compleet transparante criteria gebruikt mogen worden. De politiek en wetgeving blijven dan in de Kamer en de uitvoering bij vakspecialisten. De Kamer moet zich met grote lijnen bezighouden en niet met de kleine lettertjes: dat gaat je nog nooit lukken met 150 Kamerleden en misschien een paar honderd man ondersteunend personeel.

Reactie toevoegen