Development

Software-ontwikkeling
Wil van der Aalst

Digitale samenleving heeft zwak fundament

BV Nederland investeert veel te weinig in basistechnologieën en platformen

Wil van der Aalst © Bart van Overbeeke
20 april 2017

Big Data staat volop in de spotlights en levert allerlei nieuwe producten en diensten op: zelfrijdende auto’s, koelkasten die zichzelf aanvullen, smarthomes die alles weten over onze gewoontes. Deze producten en diensten bouwen vaak op technologieën ontwikkeld in de VS.

Denk aan databases, zoekmachines en datamining-tools, maar ook aan onlineplatformen zoals Facebook, Twitter, YouTube, LinkedIn en Tinder.

Voor de fundering van onze digitale samenleving vertrouwen we volledig op basiscomponenten ontwikkeld in andere landen. De BV Nederland investeert bijzonder weinig in datascience en Big Data-technologieën. Onder de vlag van het Nederlandse topsectorenbeleid gaat alle aandacht uit naar specifieke toepassingen en niches. De kwetsbaarheid van de fundering van onze digitale samenleving heeft helaas weinig prioriteit in Den Haag.

De ontwikkeling van een nieuwe digitale dienst of intelligent product kunnen we ons voorstellen als het maken van een pizza. Hiervoor zijn de juiste ingrediënten, een goede oven en ook vakmanschap nodig. Uitgangspunt van een goede pizza is een excellente pizzabodem. Afhankelijk van de wensen van de klant worden ‘toppings’ zoals salami, gehakt, tonijn, ansjovis, uien en paprika toegevoegd voor de pizza de oven in gaat. In deze metafoor komt de pizzabodem overeen met basistechnologieën zoals databases, gedistribueerde systemen, machine-learningaanpakken, datamining-tools enzovoorts.

In bijna alle gevallen komt de bodem uit de VS

De toppings van de pizza zijn applicatiespecifieke ingrediënten, bijvoorbeeld programma’s speciaal ontwikkeld voor de gezondheidszorg, logistiek of hightechsystemen. Deze toppings hebben een bodem nodig. In bijna alle gevallen komt de bodem (bijvoorbeeld het databasesysteem) uit de VS. In Europa en vooral ook Nederland wordt nauwelijks geïnvesteerd in de bodem van onze ‘Big Data-pizza’. We gebruiken geprefabriceerde pizzabodems (‘made in USA’) en lijken niet meer in staat zelf goede bodems te maken.

Kwetsbaarheid

Onze telefoons draaien op iOS of Android. Onze computers op Windows of Mac OS. Velen van ons gebruiken Google, YouTube, Twitter, Snapchat, LinkedIn, Amazon, Netflix et cetera. In veel gevallen wordt er een platform geboden dat gebruikt kan worden voor een veelheid aan diensten. Aan het begin van dit jaar waren er bijvoorbeeld 2.8 miljoen apps in Google Play en 2.2 miljoen apps in de Apple appstore beschikbaar. Al deze platformen zijn in het bezit van Amerikaanse ondernemingen. Op de achtergrond maken ook in Nederland gebouwde ICT-toepassingen gebruik van generieke bouwstenen uit de VS. Gegevens worden opgeslagen in databases gemaakt door Oracle of Microsoft. Spelers als Google, Microsoft en Amazon leveren de infrastructuur nodig voor Big Data-toepassingen.

Topsectorenbeleid lijkt excuus niet te investeren in basistechnologieën

Bijna al het internetverkeer wordt gegenereerd door software ontwikkeld in de VS. Spotify (Zweden) en SAP (Duitsland) zijn uitzonderingen op de regel. De kwetsbaarheid van onze ‘platformmaatschappij’ en onze afhankelijkheid van Amerikaanse ondernemingen staat niet hoog op de politieke agenda. Het topsectorenbeleid lijkt vooral een excuus om niet te investeren in een aantal generieke basistechnologieën essentieel voor de toekomst van Nederland.

Achterstand onderzoek en onderwijs

De impact van wetenschappelijk onderzoek kan eenvoudig gemeten worden door het aantal citaties. Guide2Research houdt een automatisch geüpdatete ranglijst bij met onderzoekers die vaak geciteerd worden (http://www.guide2research.com/scientists/). Wereldwijd zijn er ongeveer 1650 IT-onderzoekers met een H-index (indicatie voor impact) van meer dan 40. Hiervan werken 38 onderzoekers in Nederland. Slechts vijf Nederlandse onderzoekers staan in de top 500 en slechts één onderzoeker staat in de top 250 (op plaats 12). De top 10 is volledig Amerikaans.

Slechts vijf Nederlandse onderzoekers in top 500

Natuurlijk zijn er specifieke niches waar Nederlandse onderzoekers tot de wereldtop behoren. Het algemene beeld is echter ontluisterend. Terwijl partijen als de VSNU verbaal inzetten op de ‘digitale samenleving’ is de werkelijkheid anders. Dit is ook te zien op onderwijsgebied. Studenten en jonge onderzoekers maken veelvuldig gebruik van onlinecursussen aangeboden op bijvoorbeeld het Coursera-platform. Ook hier domineren weer de Amerikaanse kennisinstellingen. Sommige collega’s vinden dit prima. Delen van vakken worden ingevuld met Coursera-cursussen uit de VS. Hierdoor komt niet alleen onze software uit de VS, maar ook onze scholing.

Donald Trump zei het al: ‘America First’. Ons antwoord was ludiek: ‘The Netherlands Second’ (https://youtu.be/ELD2AwFN9Nc). De realiteit op ICT-gebied is helaas anders. Door het gebrek aan investeringen zijn we afhankelijk geworden van basistechnologieën en platformen uit de VS. Dit wordt pijnlijk zichtbaar als we kijken naar de toonaangevende ICT-bedrijven en toponderzoekers. Voor het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten moeten we ook willen investeren in kwalitatief hoogstaande bodems. Zo niet, dan moeten we ophouden te praten over de ‘digitale samenleving’!

Reactie toevoegen