Loopbaan

Carriere
Peer review

Studenten online bijspijkeren?

Iets minder dan de helft van de ingeschreven studenten stopt al na drie weken met een ‘Massive Online Open Course’

7 april 2017

Een groepje tweedejaarsstudenten van onze hbo-opleiding Informatica (Rotterdam) vraagt om bijscholing in wiskunde. De wiskundekennis die ze hebben verworven, is niet meer toereikend om de huidige, probleemgestuurde leervragen te beantwoorden.

Daar hebben ze discrete wiskunde, Booleaanse algebra of verzamelingenleer voor nodig.

Ik juich het toe wanneer studenten een expliciete leerwens hebben. Hier is intrinsieke motivatie aan het werk! We willen in Nederland toch naar een vraaggestuurde vorm van hoger onderwijs, waarin studenten zelf hun leerdoelen vormgeven? Dit past binnen de trend om curricula te individualiseren, zodat studenten zelf vakken en docenten kiezen en – nog een stap verder – via leerrechten internationaal studiepunten kunnen vergaren.

Tekort docenten

Dit klinkt als een vooruitstrevende en veelbelovende ontwikkeling, maar onze studenten hebben hier met hun actuele leervraag niets aan. Zij willen vandaag verder. Helaas zitten de technische docenten tot over hun oren in het werk. Er komen elk jaar meer informaticaklassen bij. Ze hebben geen ruimte om extra onderwijs te verzorgen. Het uitvoeren van het huidige curriculum slokt alle tijd op. Naast het voorbereiden van presentaties en kick-off ’s, lessen verzorgen, tentamens en extra opdrachten maken en vervolgens nakijken, feedback organiseren en collegiaal overleg voeren, liggen nog veel meer taken. Zoals individuele begeleidingstrajecten, gastcolleges organiseren, vakliteratuur bijhouden, scholing volgen en bijdragen aan toets-, examen-, opleidings- en curriculumcommissiewerk.

Recent zijn daar sollicitatiecommissies en het beoordelen van proeflessen van docent-kandidaten bijgekomen. Want we komen collega’s te kort. Een wiskundedocent uit het middelbaar onderwijs invliegen? Helaas worden deze docenten zorgvuldig bewaakt door hun directies. De personeelsnood is daar namelijk nog hoger.

Meeste studenten missen het persoonlijke contact met de docent

Het is begrijpelijk dat onze programmeerdocenten studenten naar Massive Online Open Courses (MOOC’s) verwijzen. Voor informaticastudenten, digital natives in optima forma, is deze vorm van onderwijs geknipt. Denken we.

Het werkt voor sommige informaticastudenten: degenen die uitstekende zelfregulatieve vermogens hebben. Ze maken een MOOC af en leren er voldoende van. Ze hebben geen externe prikkels nodig en zetten zelf een stok achter de deur. De meeste studenten vinden het echter knap lastig om tussen hun lesrooster, bijbaan en sociale leven gedisciplineerd aan een onlinecursus te werken, zonder het sociale plezier van klasgenoten en persoonlijk contact met de docent. Want wie kent je naam bij een MOOC? Wie houd je bij de les als je voor je computerscherm wegdoezelt? Wie stimuleert je om kritisch over alternatieve oplossingen na te denken? Zijn grappen en kwinkslagen mogelijk, kan er worden gelachen? Bij wie kan je met je persoonlijke vragen terecht?

Na drie weken

Daarbij verschillen de leerbehoeftes van de internationale deelnemers onderling sterk. De Engelse taal kan een barrière zijn. De ervaring leert dat iets minder dan de helft van de ingeschreven studenten al na drie weken stopt met een MOOC. De deelnemers die wel verder gaan, studeren vaak niet intensief. Leren vraagt namelijk om actieve betrokkenheid, zowel van de student als de docent. Deze actieve betrokkenheid is een voorwaarde om het leren te versnellen en te verdiepen, zodat de slagingskans veel groter wordt. Je leert nu eenmaal grondiger wanneer je persoonlijk en regelmatig terugkoppeling van je resultaten krijgt. Dan weet je of je op het goede spoor zit.

In de toekomst minder massaal en veel interactiever 

In de toekomst zullen MOOC’s minder massaal en veel interactiever van opzet worden. Met levendige posts en replies, onlinesamenwerkingsvormen en lokale meet-ups waar het sociale aspect van leren tot z’n recht komt. Voorlopig kunnen we met ons tekort aan docenten de wiskundewensen het beste belonen met een mix van technologische en analoge leermogelijkheden. Korte en enthousiasmerende feedback in de klas op de resultaten van online lerenden bijvoorbeeld. We kunnen meteen vragen aan onze studenten hoe zij het liefst wiskunde leren. En we kunnen met behulp van hun feedback beslissingen nemen over de inrichting van het curriculum van het volgende collegejaar. Daarnaast kan training in zelfregulering geen kwaad. Studenten die hun eigen leerproces kunnen vormgeven en onderhouden, zijn straks waardevolle praktijkbeoefenaars.

Reactie toevoegen
1
Reacties
Maria 10 april 2017 21:06

Eye opener and to the point.